Rijkswaterstaat richt een apart infrafonds op voor pps-projecten, waarin ook pensioenfondsen mogen participeren. Het ministerie van Financiën geeft zijn weerstand daartegen op.
De kredietcrisis heeft het laatste zetje gegeven om de aanvankelijke tegenstand van het ministerie van Financiën te doorbreken. Nog geen jaar na het verschijnen van het rapport van de commissie-Ruding is het infrafonds voor pps-projecten een feit.
Door het gebrek aan vertrouwen blijkt het ondoenlijk om van alle meedingende marktpartijen volledige financiering te eisen. Dat gebeurde nog wel bij de procedure voor de Tweede Coentunnel en N31.
Bij de financiering van de A15 Maasvlakte-Vaanplein en de drie dbfm-contracten in de A6/A9 hoeft alleen degene die het contract krijgt de volledige financiering rond te maken. De overige inschrijvers kunnen volstaan met een aanzet. Alleen al voor de financiering van deze projecten is een bedrag van ruim 5 miljard euro nodig: ruim 2 miljard voor de A15 en drie keer 1 miljard euro voor de A6/A9.
Bovendien wil Rijkswaterstaat in de nabije toekomst veel vaker dbfm-contracten toepassen. Onder meer de zeesluis IJmuiden, N33 en Wilhelminakanaal worden dit jaar aan een toets onderworpen.
Pensioenfondsen
Minister Bos toonde zich bij de presentatie van de plannen van de commissie-Ruding nog uiterst kritisch ten opzichte van pensioenfondsen die hun miljarden willen investeren in infrastructuur. De bewindsman zette vooral vraagtekens bij de voorwaarden die de geldschieters zouden stellen. Rijkswaterstaat stuitte op die bezwaren tijdens de onderhandelingen over het fonds. Bovendien blijkt het ministerie van Financiën niet gewend te werken met lange doorlooptijden als 22 of 24 jaar.
Rijkswaterstaat heeft bij de marktconsultatie voor de A6/A9 de pensioenfondsen uitdrukkelijk uitgenodigd.
Bron: Cobouw, 7 mei 2009